Het verhaal van jaarpaal 1584 (Gerjanne Dannenberg)
De zon schijnt heerlijk. Anke draait haar hoofd richting de zon. Ze is even bij haar tante op het land geweest. Als ze aan de afgelopen tijd denkt, daalt haar humeur. Vijftig Spanjaarden waren in Rijssen, maar toen het volk ze geen eten meer gaf, hebben ze mensen gegijzeld. Totdat er losgeld wordt betaald. Maar dat is nou nog steeds niet gebeurd! Als ze bij haar huis aankomt, komt Guusje al aan rennen. "Anke", roept ze. "Wil je m'n nieuwe pop zien?" Anke tilt Guusje op en loopt naar binnen. Moeder is eten aan het koken. "Anke, goed dat je er bent, wil je Tijs, Anton en vader ophalen?", vraagt moeder. "Tuurlijk", zegt Anke. Ze loopt richting de molen waar de jongens en vader werken. Nou heeft ze mooi de kans Siebe ook weer te zien. Want die werkt ook in de molen. Haar hart maakt een sprongetje. Bij de molen ziet ze Siebe met wat meelzakken aan het sjouwen. Siebe heeft haar ook al gezien. "Haaaa Anke", zegt hij. Ze ziet dat zijn wangen ook iets roder worden dan normaal. "Hallo Siebe", groet ze. "Zeg euhmmm," Siebe aarzelt, "wil je morgen misschien met me mee vissen?" Anke wordt blij. "Graag", antwoordt ze. "Mooi, om half twee bij de grote eik?", vraagt hij. "Is goed", zegt ze met een lach. Ze loopt de molen in en roept haar broers en vader.
Anke kan niet slapen, ze ligt maar te woelen. Morgen om half 2 bij de grote eik! Is dit nou een afspraakje? Ze staat op en gaat in het venster van haar raam zitten. Ruikt ze nou wat? Ja, ze ruikt een brandlucht! Ze kijkt naar buiten. Daar! Links, daar is vuur! Brand! Ze rent naar beneden. "Brand!", schreeuwt ze. Er komen mensen in hun pyama's naar buiten, mannen met hun pyjamamutsen nog op. Er wordt met emmers gesjouwd. Mensen gillen, kinderen rennen paniekerig over straat en roepen om hun moeders. De brand wordt als maar erger. He? Rechts brandt het nu ook al! Ze snapt het! Dit is geen ongeluk, het zijn de Spanjolen! Waar zijn haar ouders? Ze raakt in paniek! Het huis naast de buren vliegt nou ook al in brand! O gelukkig, daar zijn haar ouders, broers en Guusje. Vader probeert verwoed het vuur te laten stoppen bij het huis van hen, maar het is al te laat. Het dak vliegt in brand! Ze kijkt naar Guusje, ze huilt, en voor dat ze het weet rent Guusje naar binnen. Haar pop! Schiet het door Anke heen. Ze rent Guusje achterna, maar binnen is het zo donker, dat ze Guusje niet ziet. Guusje? Ze wordt benauwd van de rook. Ze duizelt, wankelt, maar wordt dan opgevangen. Ze kijkt omhoog. Siebe!
Aan de rand van Rijssen staat het verkleinde volk te kijken naar de smeulende resten van Rijssen. Anke heeft haar zusje verloren. Ze kijkt op met betraande ogen. Naast haar staat Siebe. In de verte ziet ze een boom. Hij is half verschroeit. Het is een grote eik.