Het verhaal van jaarpaal 1819 (Jacoline Maat)

"LUDWIG SPEEL EENS EVEN VOOR DEZE HEREN OP DE PIANO !!!" De stem galmde door het donkere vertrek. Een dof gestommel en gezang kwam uit het armoedige gangportaal. "LUDWIG KOM JE NOG, OF MOET IK JE KOMEN HALEN !"

Het nu ruige gestommel kwam de krakende gammele trap op. De deur van de slaapkamer werd luid opengetrokken.

Ik voelde de dekens weg glijden, wat was het koud. Een hand rukte mij uit bed en sleepte me de trap af. Al stommelend kwam ik erachter aan. En voor dat ik het wist, zat ik achter de piano. Ik begon maar te spelen, want dat was de snelste manier om weer je bed in te kunnen.

Het gebeurde regelmatig dat vader Johann dronken thuis kwam. Hij kon het zich nog goed herinneren van die vele avonden dat dit zo gebeurde.

Naast de vervelende herinneringen, zoals deze, waren er ook nog mooie. Zoals de herinnering, dat toen hij 9 was, lessen kreeg van Christian Gottlob Neefe, en hij zelf zijn eerste composities schreef.

Het was heerlijk om de ene klank te combineren met een andere. En de klanken te horen als een symfonie. Hij had van veel grote leraren les gehad, en was zelfs op zijn 17e helemaal naar Wenen gereisd om daar les te krijgen van Mozart. Maar moest toen hals over kop terug naar Bonn, omdat moeder Magdelena op haar sterfbed lag.

Vijf jaar later was hij weer naar het Oostenrijkse Wenen gereisd om zich daar te vestigen. Tot zijn grote spijt was ook Mozart in de tussentijd overleden.

Aan het horen van die prachtige klanken kwam in de loop van de afgelopen jaren een eind. Nu in 1819 hoorde hij niets meer. Een tijd had hij niet meer verder willen leven, als dove musicus. Maar naar verloop van tijd voelde hij het zich toch verplicht om de wereld van zijn composities te laten genieten. Hij was nu 49 jaar. En hij zou de mensen laten genieten van zijn melodieën. Ja, hij wilde bewijzen dat het verlies van zijn gehoor niet het verlies van zijn talent betekende.

Hier stond hij nu op het oude vertrouwde podium waar hij al zoveel gespeeld had. Hij voelde de snaren trillen, de pianohamers slaan. De mensen mochten nooit vergeten dat hij, Ludwig van Beethoven, degene was die hier nu speelde. Hij hief zijn handen op en spoorde het orkest aan tot de volgende symfonie.